Niet (meer) vaccineren

Vanuit immunologisch oogpunt is er helemaal geen noodzaak om vaccinaties standaard te herhalen. Na het eerste contact via natuurlijke weg of vaccinatie, met een ziekteverwekkend virus of bacterie worden de juiste antilichamen aangemaakt. Daarna blijft jarenlang - eigenlijk zelfs het hele leven - in de herinnering van het immuunsysteem bestaan om welk type antilichaam het ging. Wordt het dier later nog een keer besmet dan kan het door deze herkenning direct overgaan tot de productie van die specifieke antilichamen.

Het elke drie jaar toedienen van vaccinaties vergroot de immuniteit niet, het is in feite overbodig en kan het immuunsysteem en daarmee de gezondheid van de hond zelfs schaden.

Als u besluit om niet (meer) te vaccineren wil dit niet zeggen dat u helemaal niets moet of kunt doen. Integendeel. Het is juist dan belangrijk dat de weerstand van het dier zo groot mogelijk is zodat hij een eventueel opgelopen infectieziekte zelf kan overwinnen.

Er zijn twee soorten immuniteit: a-specifieke en specifieke immuniteit. Je zou kunnen zeggen dat ongeveer 90% van de immuniteit a-specifiek is, behorend bij de hond. Het is algemene weerstand die hem beschermd tegen allerlei ziekten. Daarnaast is 10% specifiek, dit zijn antilichamen die erop gericht zijn om één bepaalde ziekteverwekker te bestrijden.

Vaccins stimuleren die specifieke immuniteit door antilichamen productie. Daarbij focussen we ons dus op die 10% i.p.v. op die 90%, terwijl het logischer is om ervoor te zorgen dat die 90% ondersteund wordt. Dat kan door de hond zo optimaal mogelijk in conditie te houden door goede, bij de diersoort passende voeding, huisvesting,  leefomstandigheden en zo min mogelijk stress. Een goede conditie geeft weerstand tegen ziekte en het optimaliseert het immuunsysteem van uw hond: gezondheid is de beste bescherming tegen ziekte!