Uw vraag

Diarree
Mijn pup heeft een proefzakje brokken gekregen bij de dierenarts. Ik heb deze gemengd met de resterende puppy brokken die ik nog had van de fokker. Nu doet hij zijn behoefte weer in zijn bench? Een hond heeft normaal 1 of 2 keer per dag goedgevormde ontlasting. Als je hond dunne of brijige ontlasting heeft in plaats van goed gevormde ontlasting spreek je van diarree. De meest voorkomende oorzaak is een verandering van voer. Vaak veroorzaakt door gratis proefzakjes van fabrikanten, dierenzaken of dierenartsen. Uw pup was is ingesteld op een bepaalde voersoort en als er plotselinge hierin veranderingen komt kan / zal er diarree ontstaan. Soms is het wel nodig om van voer te wisselen, bijvoorbeeld omdat je hond niet goed reageert op het voer, of het voer te duur is. Wanneer u overstapt op ander voer dan zult u uw hond enkele weken het nieuwe hondenvoer dienen te geven om resultaat te zien. Wij adviseren u wanneer u over wilt stappen om de leverancier een proefzak van 5 kg te vragen.  
 
Diarree
Mijn pup heeft een proefzakje brokken gekregen bij de dierenarts. Ik heb deze gemengd met de resterende puppy brokken die ik nog had van de fokker. Nu doet hij zijn behoefte weer in zijn bench? Een hond heeft normaal 1 of 2 keer per dag goedgevormde ontlasting. Als je hond dunne of brijige ontlasting heeft in plaats van goed gevormde ontlasting spreek je van diarree. De meest voorkomende oorzaak is een verandering van voer. Vaak veroorzaakt door gratis proefzakjes van fabrikanten, dierenzaken of dierenartsen. Uw pup was is ingesteld op een bepaalde voersoort en als er plotselinge hierin veranderingen komt kan / zal er diarree ontstaan. Soms is het wel nodig om van voer te wisselen, bijvoorbeeld omdat je hond niet goed reageert op het voer, of het voer te duur is. Wanneer u overstapt op ander voer dan zult u uw hond enkele weken het nieuwe hondenvoer dienen te geven om resultaat te zien. Wij adviseren u wanneer u over wilt stappen om de leverancier een proefzak van 5 kg te vragen.  
 
Wie beslist er of een dier mag worden geŽuthanaseerd?
Wie eigenaar is, heeft de zeggenschap. De eigenaar beslist dus of en wanneer zijn dier mag inslapen.
Vraag, ik wil mijn dier in laten slapen, maar mijn dierenarts wil daar niet aan mee werken. Mag de dierenarts dat weigeren? Ja de dierenarts mag dit weigeren, maar u bent vrij om een andere dierenarts te zoeken die uw verzoek zal inwilligen. De dierenarts mag vragen om te behandelen. Of de dierenarts mag behandelen beslist u. De belangrijkste reden is om uitzichtloos lijden te beŽindigen, maar soms komen er mensen met andere redenen, zoals agressiviteit naar andere dieren of naar mensen, of medische oorzaken , zoals een eigenaar die naar een verpleeghuis moet of een vastgestelde allergie voor hondenharen. Er zijn dierenartsen die denken dat je honden met pathologisch een prima leven kunnen hebben als mensen maar bereidt zijn concessies doen. Helaas is het niet realistisch om te denken dat je honden met ernstig pathologisch gedrag kunt herplaatsen en een fijn thuis te bieden. Ten eerste omdat er te weinig of geen (geschikte) plek voor ze is, ten tweede omdat honden met neurologische stoornissen zeer onbetrouwbaar kunnen zijn in hun gedrag en het gewoonweg onverantwoord is sommige honden mee te laten functioneren in onze maatschappij. Deze honden herplaatsen is dierenmishandeling, zeker wanneer ze hierbij ook nog eens onophoudelijk angst ervaren. Vergeet niet dat geestelijk lijden ook lijden is, ook al mankeert de hond lichamelijk niets. (Als mensen een gevaar vormen voor hun omgeving worden ze opgesloten) Daarnaast wordt tegenwoordig bij mensen ook voor euthanasie gepleit wanneer sprake is van ernstig onophoudelijk geestelijk lijden. Dierenartsen die op dit gebied zijn gespecialiseerd, behandelen alleen dieren die pathologisch of ziek gedrag vertonen. Pathologisch gedrag betekent dat het gedrag, hoewel het normaal kan lijken, ziekelijk is en dat het dier waarschijnlijk lijdt. Het is een medisch probleem, een mentaal gezondheidsprobleem en het is vaak te wijten aan een onevenwichtigheid van de neurotransmitters in de hersenen. Deze problemen zijn niet het gevolg van onvoldoende training en zijn ook niet de schuld van de eigenaar. Gelukkig zijn er wel dierenartsen bereid om met u mee te denken, te luisteren ook naar uw omstandigheden en dan te kijken wat het beste voor u en uw dier is. Ons uitgangspunt is dat een dier een dierwaardig bestaan moet kunnen leiden. Als dit niet meer mogelijk is, uw huisdier niet meer kan gaan en staan waar het wil, geen interesse meer heeft voor de eigenaar of omgeving, langdurig lichamelijk of geestelijk lijdt en gevaar voor mens of dier, is het diervriendelijker om het te laten inslapen.  
 
Nieuw vaccinatiebeleid (voor u gelezen)
Steeds vaker komen de volgende standpunten uit de wetenschappelijke wereld naar voren (met name de meest vooraanstaande diergeneeskundige instituten in Amerika):

Jaarlijkse vaccinatie is onnodig.
Dat komt omdat vaccins de vorming van antistoffen tegen besmettelijke ziekten stimuleren, en deze antistoffen blijven jaren in het systeem, waarschijnlijk het hele leven. Het enige wat de jaarlijkse vaccinatie doet is het inbrengen van virussen die worden uitgeschakeld door de reeds uit de eerder gegeven vaccinatie opgebouwde antistoffen; er vindt dus geen aanvullende bescherming plaats.
Er bestaat geen wetenschappelijk bewijs die het advies van jaarlijks enten met levend virus kan staven.
 
Vaccins zijn niet onschadelijk.
Bijwerkingen en nadelige gevolgen kunnen worden beperkt door onnodige vaccinaties te mijden. Jaarlijkse vaccinatie onnodig?
Mensen zijn voor vele ziekten waartegen zij in hun kindertijd zijn gevaccineerd hun hele leven lang immuun. Waarom zou ditzelfde niet gelden voor dieren? Professor Ronald D Schultz, hoofd van de afdeling pathobiologie van de Wisconsin University heeft dit getest op honden. Hij vaccineerde ze tegen rabiŽs, parvo, kennelhoest en hondenziekte en stelde ze na drie, vijf en zeven jaar bloot aan de deze virussen. De dieren bleven gezond. Negen en vijftien jaar na de vaccinatie deed hij ook nog een meting van de hoeveelheden antistoffen in het bloed van de honden en hij concludeerde dat de deze hoeveelheden voldoende waren voor het voorkomen van de ziekten.Fredric Scott, professor aan het Cornell University College of Veterinary Medicine, deed een vergelijkbaar onderzoek bij katten en concludeerde dat de katten zeveneneenhalf jaar na de vaccinatie nog voldoende immuun waren. Op basis van dit onderzoek publiceerde de American Association of Feline Practitioners in 1998 richtlijnen met het advies een keer in de drie jaar te vaccineren.De laatste tijd komt zelfs steeds meer de mening naar voren dat het eens per drie jaar vaccineren van uw hond of kat nog teveel van het goede is. Reden hiervoor is dat ook in dit geval de in het lichaam aanwezige antistoffen het virus in het vaccin uitschakelen en er dus niet meer antistoffen geproduceerd worden. De richtlijn van eens in de drie jaar vaccineren wordt gezien als een concessie van de wetenschap, ten opzichte van de dierenartsen die een hoop inkomsten moeten missen wanneer men hun huisdier niet meer jaarlijks laten vaccineren.
 
Vaccineren kan nadelige gevolgen hebben B en/of T cel immunodeficiŽntie
In de menselijke geneeskunde wordt gewaarschuwd voor het vaccineren van kinderen met levend virus als deze lijden aan B en/of T cel immunodeficiŽntie, of als deze aandoening in de familie voorkomt. De vaccinaties kunnen bij deze patiŽnten de dood tot gevolg hebben. Kenmerken die er op kunnen duiden dat iemand aan deze aandoening lijdt zijn immunodeficiŽnties zoals ademhalingsallergieŽn, voedselallergieŽn, eczeem, huidaandoeningen, neurologische beschadigingen en hartaandoeningen. Ook dieren kunnen lijden aan B en/of T cel immunodeficiŽntie of uit een lijn komen waar deze aandoening voorkomt. Het is daarom logisch om het risico van vaccinatie ook bij dieren zoveel mogelijk te vermijden en niet meer te vaccineren dan strikt noodzakelijk is.
Immuunsysteem
De laatste jaren wordt het steeds duidelijker dat vaccinaties een negatief effect kunnen hebben op het immuunsysteem. In 1983 hebben Frick en Brooks een onderzoek uitgevoerd met twee groepen honden , die aanleg hadden tot atopische dermatitis (allergische reactie van de huid op stoffen uit de omgeving). Eén groep honden werd blootgesteld aan een allergeen (stuifmeel) en daarna gevaccineerd. De honden vertoonden geen reactie. De tweede groep werd gevaccineerd alvorens aan het stuifmeel te worden blootgesteld. Deze groep kreeg wel reacties: dermatitis, en ook conjunctivitis (bindvliesontsteking). Maagdarmproblemen
Wetenschappers uit Groot-BrittanniŽ en de Verenigde Staten beweren dat het levend virusvaccin de veroorzaker is van het de ziekte van Crohn (chronische darmontsteking). Ontstekingen van het maagdarmkanaal zouden een bijverschijnsel van het vaccineren zelf zijn, niet van een bepaald soort vaccin
.
Overgevoeligheidsreacties.
R Brooks van de Commonwealth Serum Laboratories Limited meldt in zijn artikel getiteld 'Adverse reactions to canine en feline vaccins' uit 1991 de volgende reacties van honden op vaccinaties: rusteloosheid, overgeven, diarree en kortademigheid. In sommige gevallen zou het uiteindelijk tot bewusteloosheid en dood leiden.
 
Tumoren
Steeds vaker moet worden vastgesteld dat op de plek van een vaccinatie zich een tumor ontwikkeld. De tumoren ontstaan door het gebruik van geÔnactiveerde entstoffen (dode entstof dus). Door een chronische ontstekingsreactie op de plaats van de enting, veroorzaakt wordt door het adjuvans (toegevoegde stof, die de werking van het vaccin ondersteunt), kunnen bepaalde type tumoren, ook wel fibrosarcomen genoemd, ontstaan. Met name aluminium hydroxide als adjuvans kan dit veroorzaken, maar er komen steeds meer aanwijzingen dat ook andere adjuvantia hiervoor verantwoordelijk kunnen zijn. Vanwege het risico van het ontstaan van fibrosarcomen zijn er dierenartsen in Amerika die begonnen zijn met het enten in de staart of achterpoot met het argument dat deze lichaamsdelen geamputeerd kunnen worden indien er een fibrosarcoom ontstaat. Helaas lijkt het erop dat niet alleen de geÔnactiveerde vaccins kunnen leiden tot fibrosarcomen, maar ook levende entingen en entstoffen van FelV en RabiŽs.

Wat weten we over vaccinaties?
De diergeneeskunde (ook de alternatieve diergeneeskunde) kan tegen een aantal agressieve virusziekten, zoals hondenziekte, parvo en kattenziekte niets doen op het moment dat de ziekte uitbreekt en er onvoldoende immuniteit bij de hond of kat bestaat.
De preventieve werking van vaccinaties is wetenschappelijk bewezen.
Een vaccinatie beschermt niet altijd 100%. Een voorbeeld daarvan is de enting tegen niesziekte bij de kat.
 
 
 
Mijn Labrador is te dik. 6-juli 2017 
Labradors zijn sterker dan andere hondensoorten en ook opvallend te dik.
En dat zit in de genen, volgens een nieuw onderzoek. Eigenaren van een labrador is het vast al wel eens opgevallen: labradors houden van eten en gaan ver om je zover te krijgen dat je ze iets lekkers toe schuift. En nee, dat zit niet alleen in jouw labrador: het is iets wat bij dit ras lijkt te horen. Net als overgewicht.
 
Hoe komt dat toch?
Onderzoekers besloten het uit te zoeken. "Wanneer iets vaker bij het ene ras voorkomt dan bij het andere, dan denken we dat genen hierin een rol spelen,Ē legt onderzoeker Eleanor Raffan uit. En dus verzamelden Raffan en collegaís 300 labradors. Ze ontdekten dat het aan het uiteinde afwijkende POMC-gen samenhangt met specifiek gedrag van de honden. Heel concreet: labradors die DNA misten aan het uiteinde van het POMC-gen. Niet alle honden met deze variant van het POMC-gen hadden overgewicht (en er waren ook honden die deze variant van het gen niet hadden en toch te zwaar waren). Maar gemiddeld resulteerde een POMC-gen dat aan het uiteinde DNA miste in een gewichtstoename van enkele kiloís. De studie heeft niet alleen implicaties voor honden. Het POMC-gen komt ook bij mensen voor en eerder onderzoek heeft aangetoond dat varianten van het gen van invloed zijn op het gewicht van mensen. "Er zijn zelfs enkele mensen met overgewicht die hetzelfde deel van het POMC-gen missen als de labradors,Ē vertelt onderzoeker Stephen OíRahilly. "Nader onderzoek naar deze labradors met overgewicht is niet alleen van invloed op het welzijn van deze gezelschapsdieren, maar levert ook belangrijke lessen op voor de menselijke gezondheid.Ē Is de hond echter eenmaal te dik dan blijft hij of zij, zonder veel tot zich te nemen, te dik ongeacht welk hondenvoer de hond krijgt.
 
Sommige dierenartsen weten kennelijk niet dat de Labrador Retriever een tonvormig ribstelsel heeft en vinden de hond al gauw te dik. Het tonvormig ribstelsel van de Labrador heeft als functie de opwaartse kracht in het water, om beter en langer te kunnen zwemmen. Een Labrador is te dik wanneer je zijn ribben niet kunt voelen. Hij is op het juiste gewicht wanneer je zijn ribben niet kunt zien, maar wel kunt voelen. Vreemd is dat als we over grote mensen praten, we dit uitdrukken in lengte (bijvoorbeeld: mensen langer dan 1,85 of 1,90 meter noemen we lang), maar dat we, als we over grote honden praten, altijd het gewicht als maatstaf nemen (grote honden wegen meer dan 25 tot 35 kilo. Vaak gaan lengtegroei en gewichtstoename hand in hand, maar niet altijd. Denk maar aan de Basset of de Bulldog of omgekeerd juist het hoogbenige Italiaanse windhondje. Maar ook in het geval van andere rassen, zoals de Labrador, kunnen lengtegroei en gewichtstoename uiteenlopen, namelijk als een pup tijdens de groei relatief te zwaar is, of als een volwassen hond alsnog begint te groeien, door het ontwikkelen van overgewicht.
 
Wat is normaal?
Die vraag is gemakkelijk gesteld, maar moeilijker beantwoord. Er blijkt in de literatuur verrassend weinig goede informatie beschikbaar over groeicurves per ras. Kennelijk hebben niet veel mensen of rasverenigingen de moeite genomen de daarvoor benodigde gegevens te verzamelen en te verwerken.  
 
Geef beslist geen dieet- of lightvoer. Deze voeders bevatten meestal veel vezels en weinig energie. Hierdoor vergroot u de "technische honger" en vergroot u de maag. Wanneer u thans een geŽxtrudeerd/geŽxpandeerd of gebakken voer geeft is het aan te bevelen over te schakelen op geperst voer. Bij geperst voer weet u zeker dat uw hond alles kan benutten wat er in zit, en alles wat hij nodig heeft en eventueel ontstane tekorten zal opvullen.
 
Naar de hondenschool.
Wanneer een pup 8 tot 10 weken oud is kan de pup naar de hondenschool om daar een puppycursus te volgen. Ook al kunt u wellicht zelf uw pup commando's en juist gedrag aanleren, dan blijft het volgen van een puppycursus toch heel nuttig. Aangezien een pup op dat moment van de ontwikkeling nog helemaal in de socialisatiefase zit biedt een puppycursus namelijk een mooie gelegenheid om met andere honden om te leren gaan en daar kan men later veel profijt van hebben.
 
Waar moet ik aan denken als een pup bij een volwassen hond in huis komt.
Je vol≠wassen hond bekijkt de situatie vanuit een totaal ander gezichtspunt dan zijn baas, hij heeft ineens als volwassene de plicht de pup te leren hoe de omgangsregels in de wereld van hon≠den eruitzien. En die zijn nogal anders dan wij mensen vaak denken. Om te beginnen vraagt je volwassen hond respect. Hij wenst bijvoorbeeld niet te worden gestoord als hij slaapt en zijn speeltjes zijn gewoon van hem. Het is zelfs heel goed mogelijk dat hij vindt dat de speeltjes voor de pup ook van hem zijn. Is het puppy nogal overmoe≠dig en valt het de volwassen hond voortdurend lastig, dan zal de volwas≠sen hond hem van zich af snauwen. Hij kan zijn lip optrekken, grommen en zelfs uitvallen. De pup schrikt, piept zachtjes en druipt af. Zo hoort dat, bij wolven gaat dat niet anders. Pups worden daardoor niet bang voor de volwassen hond, ze maken vlak daarna heel gewoon weer contact. Ze worden wel heel sociaal vaardig, ze leren hoe ze met hun gedrag een bedreigende situatie kunnen keren. Daarop is de relatie tussen volwassenen geba≠seerd, weten wat je moet doen om boosheid te stoppen. Wij mensen vin≠den dat echter juist hartstikke zielig. En mopperen op de volwassen hond: `Kun je wel, tegen zo'n klein puppy. Foei, ga maar op je plaats'. En we vertroetelen het puppy. Er gebeurt daardoor echter onbedoeld iets heel vervelends: de volwas≠sen hond raakt vreselijk gefrustreerd, want hij kan niet doen wat zijn hond-zijn hem ingeeft en de pup wordt overmoedig en krijgt te veel praatjes. De pup wordt immers gesteund door de roedelleider. En zo worden goedbedoeld de onderlinge sociale regels en de rangen en standen tussen honden verstoord.